top of page

medium  ISEL Magazine
publicatie 
 2011
foto  Eva Vemandel
portretfoto: Joss McKinley 

INTERVIEW

Eva Vermandel                            
Nieuwe soberheid



Goed weten wat ze wil, noemt fotografe Eva Vermandel haar geluk. Een geluk dat ze vond in de Londense metropool, die ze ook haar little heaven noemt. Zachte warme tinten zijn haar ding, in haar leven én in haar werk ook. Want in de schemerzone is het licht het mooist. Eva’s fotografische blik zoekt en vindt de sterveling achter de ster. Ronkende namen als Willem Dafoe, Tom Waits, Nick Cave en PJ Harvey poseerden ontspannen voor haar lens. Echter dan bij Eva Vermandel wordt portretfotografie niet. Als portrettiste vliegt Eva ook steeds meer uit als een vrije vogel. Intuïtief graven en intrigerende thema’s uitspitten zijn de richting die ze de komende jaren wil bewandelen. Op haar tempo, eerder traag, maar met een zelden geziene diepgang zoekt ze de ongrijpbare schoonheid.

Beeldcultuur   

Op haar tweeëntwintigste vertrok Eva naar Londen en intussen woont ze er vijftien jaar. “Na mijn studies merkte ik dat ik met mijn fotografie in België niet kon doen wat ik wou. En omdat ik nogal anglofiel ben, was de keuze snel gemaakt. Ik ben hier ook veel gelukkiger dan dat ik ooit in België geweest ben. Eenmaal hier, wist ik dat ik mijn thuis gevonden had. Mijn unheimliche gevoel verdween onmiddellijk. Hier ben ik mijn portfolio her en der gaan voorstellen.” Met succes, want Eva’s portretten verschijnen in zowat alle Britse bladen met naam. Noem haar echter geen celebrityfotograaf, want geen term vindt ze zo afstotelijk.

Met broadsheetmagazines als The Independent, The Observer en The Telegraph en maandbladen als Esquire, Vogue en W verdient ze haar brood, en intussen mag ze op groeiende belangstelling uit de kunstwereld rekenen.Eva wordt omschreven als een kunstschilder met een camera. In een beeldcultuur die aan hoge snelheid digitaliseert en mondialiseert, blijken haar reflexieve beelden de ultieme soberheid en schoonheid te weerspiegelen. Ze houdt van het werk van schilder Michaël Borremans en hij van dat van haar. “Ik heb altijd veel meer van schilderkunst gehouden dan van fotografie, maar ik heb meer voeling met fotografie. Voor mij is fotografie meer dan coole plaatjes schieten. De hedendaagse fotografie vind ik vaak te anekdotisch en te documentair.”     

We leven in een high definition stroom, waarbij alles scherper en gladder moet. Eva druist hier tegenin. In haar werk verkrijgt ze een gelaagdheid die je met digitale fotografie zelden kan bereiken. Door analoog te werken word je ook bewuster van wat je fotografeert en kijk je kritischer alvorens af te drukken. Digitale fototoestellen beschikken over een knop met een vuilnisbakje. De toets van de gemakzucht die schoonheid minder for ever maakt. Eva kiest voor nieuwe soberheid. Haar werk wordt geroemd om zijn verstilling en poëtische kwaliteit. Haar no-nonsense mentaliteit wordt geapprecieerd. Een aantal van Eva’s prints behoren tot de vaste collectie van het Victoria & Albert Museum en de National Portrait Gallery in Londen.  De kunstenaars die ze voor haar lens krijgt, ziet ze vooral als mensen die ergens geweldig goed in zijn en voor wie de roem slechts een neveneffect is. “Fotografie is een noodzaak. Het is mijn taal en mentaal voedsel. Mijn persoonlijk werk nog veel meer dan mijn portretten. Je doet het in eerste instantie voor jezelf. Het is een drang. Zoals de hartstocht die me naar Londen bracht. Ik blijf misschien niet mijn hele leven in Engeland, maar dan wordt het wellicht Ierland, want aan deze kant van Het Kanaal liggen mijn roots.”

Blootgewoon     

Eva’s geportretteerden lijken gebonden aan hun omgeving. Wat ze maakt is geen kille portretfotografie, maar gezellige warmte, zoals een interieur waarin je kan wegzakken. Ze is echter geen ceremoniemeester van het beeld, maar oprecht geïnteresseerd in de mensen die ze fotografeert. Ze neemt hen dan ook zoals ze zijn en stelt hen op hun gemak. Bijna als een therapeut, die een patiënt bedaart, zodat deze zich toegankelijk opstelt. “Veel artiesten zijn bang voor de camera. Ik ben zo zeker van waar ik mee bezig ben dat de mensen vertrouwen stellen in mijn manier van werken en benaderen. Het maakt dat ook de grootste sterren zich ongedwongen laten fotograferen. Bepaalde mensen dragen natuurlijk een masker, maar subtiel probeer ik dit los te rukken. In mijn hoofd belicht portretfotografie niet enkel de persoon, maar ook de persoonlijkheid. Loopt alles naar wens, dan is het alsof een onbekende je zijn hele leven vertelt. Ik wil een persoon overbrengen, en slechts in tweede instantie een acteur of muzikant, een deel van hun creativiteit op foto brengen. De natuurlijke geste is belangrijk in mijn werk. Ik ben ook een beetje psycholoog. Je moet proberen door te dringen. Ik doe me niet anders voor dan ik ben. Ik ben altijd mezelf, hooguit met een andere hoed op.”    

Geen schreeuwerige noch iconische celebretyportretten. Zonder glamour. Want, wat is glamour? Niets! Je blaast en weg is het. Uitbundig kan je haar werk niet noemen, wel bedrieglijk eenvoudig. In een tijd van overdaad aan beelden onderscheiden de foto’s zich door een persoonlijke benadering. Je moet een déclic maken om Eva’s taal te begrijpen. Het is oneigen aan de huidige tijdsgeest, maar hier ga je best wel eens voor zitten “Omdat mijn werk traag is, krijg je wel eens reacties dat het simpel is. Wat het op het eerste gezicht ook is. De foto’s zien eruit alsof iemand die snel zelf zou hebben kunnen maken.” Het is de schilderkundige kwaliteit die opvalt, de diepe rust ook, die perfect aansluit bij de Britse en Amerikaanse magazinefotografie. Enige zelfanalyse is Eva niet vreemd. “Ik werk zo omdat ik zo ben. Ik zoek graag het avontuur op, maar zit net zo graag thuis met een boek. De thuisbasis is belangrijk, maar als ik te lang thuis zit, word ik kregelig en trek ik erop uit. Naar de gekste plaatsen soms, zoals Georgië. Als mens heb ik ook de kalmte nodig en die zoek ik in mijn werk. Ik creëer met mijn foto’s een parallelle wereld waarin ik kan wegvluchten, als een verlengstuk van mijn eigen natuur.” Eva’s nuchterheid bevalt de vaak afgeschermde supersterren, waardoor ze zich kwetsbaar durven opstellen. “Het is de interactie die mijn beeld maakt. Je moet veel kunnen geven en de mensen op hun gemak stellen. Door zelf rust uit te stralen worden ook de mensen rustig. Ik fotografeer graag zij die zelf niet graag gefotografeerd worden.” 

Gelaagdheid    

Fotografie is zien, maar ook voelen. In een tijd van flitsende beeldcultuur kiest Eva resoluut voor analoog. “Het accordeert gewoon erg goed met mijn fotografietaal. Je krijgt een zekere gelaagdheid die ik met digitale fotografie niet altijd kan bereiken. Vaak vind ik de eindkwaliteit van digitale fotografie te scherp. Je ziet de poriën en gelaatsranden te scherp. We zijn zo gewend geraakt aan digitale fotografie, dat we denken dat deze realistischer is, maar het tegendeel is waar. Zachtere foto’s zijn natuurgetrouwer. De digitale camera’s liggen mij ook niet zo erg. Ik hou meer van rangefinders, een Fuji 69 of een Mayima 7 en een Hasselblad voor close-ups. Mooiere toestellen die minder intimideren en de belangstelling van de geportretteerden opwekken. Matt Damon bijvoorbeeld, wou zelf ook wel eens kijken en trok een foto van mij. Zoiets breekt het ijs natuurlijk en dat bereik je niet met een zielloze camera. Ik hou ook van de sfeer die het analoge proces uitstraalt. Maar ik heb zeker geen probleem met photoshop. Men denkt weleens dat ik een purist ben, maar dat ben ik vooral op vlak van het eindbeeld. De toekomst ligt wellicht in de combinatie analoog-digitaal.”     

Hoewel ze vaak maar een beperkte tijd heeft, noemt Eva het moment van de shoot zelf tijdloos. Eva neemt niet, klik, klik, klik de ene foto na de andere. Neen, ze denkt na vooraleer ze haar beeld schiet. “Van zodra ik ergens binnen kom, weet ik waar ik aan toe ben en wat ik moet doen om een goeie foto te krijgen. Het licht is het belangrijkste, maar ik durf ook de zetel te testen, waarin men zal plaats nemen. Eens dat allemaal geweten is, laat ik me gewoon improviseren door het moment zelf. Ik ga gewoon mee met de flow. Op tien minuten neem ik bijvoorbeeld drie beelden. Ik neem de tijd om alles kalm en rustig te doen. Sommige collega’s werken conceptueel, andere vanuit een buikgevoel. Ik behoor zeker tot de laatste groep. Het is bovendien hun foto van de geportretteerde Dat is voor mij een essentiële gedachte. Het fijne aan portretfotografie is dat je constant geïnspireerd wordt door de mensen.” 

Stiltevanger   

In mijn persoonlijk werk hanteer ik dezelfde visuele taal. Ook als ik mensen fotografeer, gebruik ik ze als een kanaal om mijn eigen gevoelens en ideeën te projecteren. Mijn toekomst ligt in de kunstfotografie. De reizen en ontmoetingen zijn uitermate boeiend, maar ik word al vijftien jaar geleefd door mijn agenda. Ik wil meer van mijn eigen prints leven. Ik wil ook dieper graven, en dat kan niet altijd bij opdrachten voor magazines. Veel meer nog in mijn persoonlijk werk dan in mijn opdrachten, gaat het over een flow. Eens je hierin zit, voel je perfect aan wanneer er iets gaat gebeuren. Het gaat mij trouwens niet om het definitieve moment van één enkele splitseconde, die je te pakken moet krijgen. Ik ben nooit bang geweest om een moment of hét moment te missen. Ik tracht een zeker onderliggend gevoel naar boven te brengen. Daarvoor moet ik onder de huid kruipen. Ik zoek wat echt leeft en herken dat gelukkig ook. Zo maakte ik een beeld van een picknick van vriendinnen. Ik was deelnemer van het gebeuren, maar als fotograaf ook toeschouwer. Ze leken wel geplant in de grond en op zeker moment ben ik rondom hen beginnen cirkelen, als een roofvogel op zoek naar een prooi. De sfeer was perfect, maar ik fotografeerde hen zeker niet als shiny happy people, wel intiem en integer. Soms bieden onderwerpen zich aan op een schoteltje, dit is zeker zo’n voorbeeld.” Fijngevoeligheid heet dat, maar ook weerom een gevoel van langere tijd. Eva vangt de stilte.   

“Wat ik op zo’n moment wel denk is… genieten, genieten, genieten, want je doet leuke dingen en voor je het weet zijn ze voorbij. Misschien is ook dat wel een drijfveer voor mijn persoonlijk werk, om dingen vast te houden, die je niet wil laten ontglippen. Al creëer je zo een andere interpretatie van de werkelijkheid. Soms praten mensen over fotografie als een waarheidsgetrouw medium, maar het heeft vaak net zo min met de realiteit te maken als schilderkunst. Ik maak echt weinig beelden, maar ik sta altijd op scherp, ik kijk altijd naar beelden om te maken. Ik voed mijn hoofd ook continu: met Vlaamse meesters, de maniëristische schilder Bronzino, Bueys, Neo Rauch, Munch, Ingres,… Je creëert een soort visueel alfabet van beelden in je achterhoofd. Het is mijn bedding en nooit een keuze tussen fotografie en het leven. Je maakt een beeld voor jezelf, maar je wil het ook delen met mensen, met zoveel mogelijk mensen zelfs. Mensen reageren ofwel niet, ofwel heel sterk emotioneel op mijn werk. Ik herinner me een jongen van een jaar of zestien, die vroeg waar een foto gemaakt was. Hij wou er absoluut naar toe. Het was een beeld van een meisje die handenstand deed in een meer. Het is één van de mooiste reacties ooit, want dat is één van mijn objectieven, het creëren van een wereld waar mensen graag heen willen. Emotionele reacties op jouw werk moet je koesteren. Splinter is mijn sterkste reeks. Er zijn ook drie beelden aangekocht door het Victoria en Albert Museum in Londen. Het is ontstaan omdat ik mezelf wat versplinterd voelde, gefragmenteerd. Zoals ons moderne leven dat ook is. Ik wou me terug stevig planten… in de grond. Die foto’s stralen tijdloosheid en stilte uit. Rust ook."



 

© Jardin d'écriture

bottom of page